Vergeet de Alpen even, want een van de meest adembenemende natuurgebieden van Europa ligt op nog geen acht uur rijden van Nederland. Boheems Zwitserland (of České Švýcarsko zoals de Tsjechen het noemen) is een nationaal park in het uiterste noorden van Tsjechië dat je betoverd achterlaat. Denk aan torenhoge zandsteenrotsen die als pilaren uit dichte naaldbossen oprijzen, mysterieuze kloven waar je per bootje doorheen vaart, en uitzichtpunten die je het gevoel geven dat je in een fantasyfilm bent beland. Niet voor niets werden hier scènes opgenomen voor The Chronicles of Narnia.
In deze gids nemen we je mee langs alle bezienswaardigheden, de mooiste wandelingen, en de beste praktische tips om je bezoek aan Boheems Zwitserland onvergetelijk te maken.
Wat is Boheems Zwitserland precies?
Boheems Zwitserland is een nationaal park met een oppervlakte van 79 vierkante kilometer, gelegen in de regio Ústí nad Labem in Noordwest-Tsjechië. Het gebied grenst direct aan Duitsland, waar het verdergaat als Saksisch Zwitserland. Samen vormen ze het Elbezandsteengebergte, een geologisch wonderland van zandsteen dat zo’n 90 miljoen jaar geleden ontstond op de bodem van een ondiepe zee uit het Krijttijdperk.
De naam klinkt verwarrend, want met Zwitserland heeft het niets te maken. Het verhaal gaat dat twee Zwitserse schilders, Adrian Zingg en Anton Graff, in de achttiende eeuw door het gebied reisden en uitriepen dat het landschap hen aan hun thuisland deed denken. Die naam bleef hangen en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt.
Sinds het jaar 2000 heeft het gebied de status van nationaal park, waarmee het het jongste nationale park van Tsjechië is. Maar al sinds 1972 genoot de regio bescherming als natuurreservaat. Het park bestaat voor 97 procent uit bos en herbergt een rijke fauna met edelherten, reeën, dassen, vossen en everzwijnen. Met een beetje geluk spot je ook een van de zeldzame roofvogels die boven de rotsen cirkelen.
Hoe kom je er vanuit Nederland en België?
Een groot voordeel van Boheems Zwitserland is dat het verrassend dichtbij ligt. Vanuit Utrecht is het zo’n 750 kilometer rijden, wat neerkomt op acht tot negen uur in de auto. Vanuit Antwerpen reken je op ongeveer 850 kilometer. Dat maakt het gebied prima bereikbaar voor een verlengd weekend of een midweek, al verdient een verblijf van minstens drie tot vier dagen de voorkeur als je echt het park wilt verkennen.
De snelste optie is vliegen naar Praag, dat op circa 130 kilometer (twee uur rijden) van het park ligt. Vanaf luchthaven Václav Havel huur je gemakkelijk een auto. Een bijzonder alternatief is de nachttrein: de European Sleeper rijdt vanuit Amsterdam en Brussel en stopt in Děčín, de stad aan de zuidkant van het park. Je stapt ’s avonds in en wordt ’s ochtends wakker op je bestemming.
Eenmaal in het gebied is het openbaar vervoer uitstekend geregeld. Bussen rijden regelmatig van Děčín naar Hřensko (30 minuten), Jetřichovice (1 uur) en Krásná Lípa (anderhalf uur). Goed om te weten: in 2025 liep er een proef waarbij het openbaar vervoer gratis was voor bezoekers die een overnachting boekten, via de app DÚKapka. Informeer voor je vertrek of deze regeling nog geldt.
De mooiste bezienswaardigheden van Boheems Zwitserland
Pravčická brána: de grootste natuurlijke zandsteenboog van Europa
Het absolute pronkstuk van Boheems Zwitserland is de Pravčická brána, ook wel de Prebischtor genoemd. Deze kolossale natuurlijke boog van zandsteen heeft een spanwijdte van 26,5 meter en een hoogte van 16 meter, waarmee het de grootste van zijn soort in heel Europa is. De boog is in de loop van miljoenen jaren gevormd door erosie van wind, water en vorst op het zachte zandsteengesteente.

Direct naast de boog staat het Sokolí hnízdo, oftewel het Valkennest. Dit sierlijke gebouw in Zwitserse chalets-stijl werd in 1881 gebouwd in opdracht van prins Edmund von Clary-Aldringen, die hier zijn gasten ontving. Tegenwoordig is het een restaurant waar je na de klim kunt bijkomen met koffie, gebak of een warme maaltijd, terwijl je uitkijkt over het park.
Belangrijk om te weten: het terrein rond de boog is in privébezit en hanteert eigen openingstijden. Van eind maart tot en met oktober is het dagelijks geopend van 10:00 tot 18:00 uur. In de wintermaanden (november tot eind maart) is het alleen op vrijdag, zaterdag en zondag open, van 10:00 tot 16:00 uur. De toegangsprijs bedraagt 95 CZK (ongeveer 4 euro) voor volwassenen en 30 CZK voor kinderen. Je kunt je tickets ook online kopen, wat je wachttijd bij de kassa bespaart. Sinds 1982 is het verboden om op de boog zelf te klimmen, omdat de erosie door bezoekersvoeten het fragiele zandsteen te snel aantast.
De Edmundkloof en de boottocht over de Kamenice
De Edmundova soutěska is een van de meest betoverende plekken van het park. De rivier de Kamenice heeft hier in de loop van miljoenen jaren een smalle, diepe kloof in het zandsteen uitgesleten. Je wandelt over paden langs het water, tussen huizenhoge rotswanden begroeid met mos, varens en korstmossen. De sfeer is er vochtig, stil en bijna sprookjesachtig.

Op het punt waar het pad eindigt, stap je over in een platbodemsboot die door een stuurman met een lange stok wordt voortgeduwd, vergelijkbaar met een Venetiaanse gondel, maar dan midden in de Tsjechische wildernis. De bootslieden staan bekend om hun droge humor en wijzen je onderweg op bijzondere rotsformaties met kleurrijke namen. De boottocht duurt ongeveer vijftien minuten en kost rond de 300 CZK per persoon.
Verderop ligt de Divoká soutěska (Wilde Kloof), waar je een tweede boottocht kunt maken. Let op de vaartijden: de boten opereren dagelijks van april tot en met oktober, ruwweg tussen 9:00 en 17:00 à 18:00 uur. Buiten dit seizoen varen er geen boten.
De Tisá-rotsen (Tiské stěny)

In het westelijke deel van het park, vlakbij de Duitse grens, liggen de Tisá-rotsen. Dit beschermde natuurgebied maakt deel uit van het Elbezandsteengebergte en bestaat uit tientallen zandsteenpilaren die tot wel dertig meter boven de grond uitsteken. Het voelt als wandelen door een natuurlijk doolhof, waarbij je zowel tussen de rotsen als bovenop loopt via trappen en uitkijkpunten.
De rotsformaties hebben door de eeuwen heen fantasierijke namen gekregen, zoals de Paddenstoel en de Schildpad. Het gebied deed dienst als filmlocatie voor The Chronicles of Narnia, waar de rotsen de doorgang naar een andere wereld symboliseerden. Parkeren kan bij Parkoviště Tiské stěny voor een klein bedrag en de toegang tot het rotsgebied zelf kost eveneens slechts een paar euro. Een wandelrondje door het rotspark is ongeveer vijf kilometer en voor vrijwel iedereen goed te doen.
Uitzichtpunten bij Jetřichovice

Het dorpje Jetřichovice, in het oostelijke deel van het park, is het startpunt voor een prachtige wandeling langs drie panoramische uitzichtpunten. Het eerste en bekendste is Mariina Skála (Mary’s Viewpoint), gelegen op 428 meter boven zeeniveau. De wandeling ernaartoe is zo’n twee kilometer en gaat via een stevig trappetje omhoog, maar de beloning is een panoramisch uitzicht over het hele park dat je niet snel vergeet.
Vanaf Mariina Skála kun je doorwandelen naar Vilemínina stěna (1,7 kilometer verderop) en vervolgens naar Rudolfův kámen, het derde uitzichtpunt. Elk punt biedt een ander perspectief op het landschap van rotsen, bossen en dalen. Deze route is ideaal voor wie in een halve dag een goed beeld wil krijgen van het park zonder al te zware wandelingen te hoeven maken.
Děčín: de toegangspoort tot het park
De stad Děčín, aan de zuidzijde van het park gelegen aan de rivier de Elbe, is de meest logische uitvalsbasis voor je bezoek. Het is een historisch stadje met een gezellig centrum, terrassen en een imposant kasteel dat hoog op een klif boven de rivier troont. Het kasteel is van april tot oktober te bezichtigen, inclusief de barokke rozentuin op het noordelijke terras.
Sportieve bezoekers kunnen in Děčín ook een via ferrata beklimmen langs de zogenaamde Schaapswand, een massief stuk zandsteenrots met uitzicht over de stad en de Elbe. Deze klimervaring is geschikt voor beginners (mits je geen hoogtevrees hebt) en wordt begeleid door een instructeur die je voorziet van gordel, helm en karabiners. Via Active Point in Děčín boek je deze activiteit online.
Het rotskasteel Šaunštejn
Verscholen in de bossen nabij Mezní Louka liggen de ruïnes van het middeleeuwse rotskasteel Šaunštejn. Dit voormalige roversfort is letterlijk in de zandsteen uitgehouwen en te bereiken via een serie metalen laddertjes en smalle richels. Eenmaal boven heb je een weids uitzicht over de bossen. Het is een avontuurlijke tussenstop die je gemakkelijk combineert met een wandeling naar de nabijgelegen Malá Pravčická brána, de ‘kleine’ variant van de beroemde rotsbrug, waar je in tegenstelling tot de grote versie wél bovenop mag klimmen.
Děčínský Sněžník: de hoogste tafelberg van Tsjechië
Ten westen van het park rijst de Děčínský Sněžník op tot 726 meter, waarmee het de hoogste tafelberg van het land is. Op de top staat een uitkijktoren die een schitterend panorama biedt over het Elbezandsteengebergte, de Elbe-vallei en bij helder weer zelfs tot in Duitsland. De wandeling naar boven is stevig maar belonend, en een ideale aanvulling op de meer bekende bezienswaardigheden binnen het park.
Panská skála: de basaltzuilen
Net buiten de officiële parkgrenzen vind je Panská skála, een geologisch fenomeen van duizenden regelmatige basaltzuilen die tot twaalf meter hoog worden. De zuilen zijn zo’n dertig miljoen jaar geleden gevormd na vulkanische activiteit en doen denken aan de beroemde Giant’s Causeway in Noord-Ierland, maar dan op kleinere schaal. Je kunt de zuilen van dichtbij bekijken en ook naar de top klimmen voor uitzicht over de omgeving.
De mooiste wandelingen in Boheems Zwitserland
Wandeling 1: Van Hřensko naar de Pravčická brána (heen en terug 8 km)
De klassieke route start in het dorpje Hřensko, waar je je auto parkeert bij Parkoviště U Vodopádu (150 CZK per dag). Vanaf hier volg je het rode wandelpad, dat eerst anderhalf kilometer langs de weg loopt tot het kruispunt Tří pramenů. Hier duik je het bos in en begin je aan de klim van zo’n 2,5 kilometer naar de rotsbrug. Reken op ongeveer een uur naar boven.
De route is voor de meeste fitniveaus te doen, maar op sommige stukken gaat het behoorlijk steil omhoog. Eenmaal boven word je beloond met het spectaculaire zicht op de Pravčická brána en kun je aanschuiven bij het restaurant van het Valkennest.
Wandeling 2: De grote rondwandeling via Pravčická brána en de Edmundkloof (15 km)
Voor wie een hele dag de tijd heeft, is de gecombineerde route een absolute aanrader. Je start wederom in Hřensko en wandelt via het rode pad naar de Pravčická brána. Na je bezoek vervolg je het rode pad (de Gabriela’s Trail of Lynx Path) via de bossen naar Mezní Louka. Vanaf hier daal je af naar de kloven van de Kamenice, waar je de boottochten kunt maken. Via het geel-gemarkeerde pad langs de rivier wandel je terug naar Hřensko.
Deze route combineert de twee grootste hoogtepunten van het park in één dag en is met vijftien kilometer en de nodige hoogtemeters een stevige maar onvergetelijke tocht.
Wandeling 3: Rondje Tisá-rotsen (5 km)
Een kortere en toegankelijkere wandeling voert door het rotslabyrint van Tisá. Je start bij de parkeerplaats in het dorpje Tisá en volgt de groene markeringen omhoog naar het rotsgebied. Bij de entree krijg je een kaart mee met twee routes die je door en over de rotsen leiden.
De wandeling is geschikt voor gezinnen met kinderen en neemt ongeveer twee tot drie uur in beslag. Combineer het eventueel met een bezoek aan het nabijgelegen uitkijkpunt boven de rotsen voor een panoramisch beeld.
Wandeling 4: De Hřebenovka: meerdaagse langeafstandsroute (101 km)
Sinds 2023 kun je de heropende Hřebenovka wandelen, een historische langeafstandsroute van 101 kilometer verdeeld over zes etappes. De route is vernoemd naar een begin-twintigste-eeuws wandelpad dat door de Club van Tsjechische Toeristen in ere is hersteld. De Hřebenovka leidt je van het grensdorp Petrovice door het Elbezandsteengebergte, over de tafelberg Děčínský Sněžník, via Děčín naar Hřensko en verder langs alle hoogtepunten van het park tot aan het Lausitzergebergte. Onderweg passeer je de Elbe-kloof, de Pravčická brána, het rotskasteel Šaunštejn en tal van onbekende parels. Langs de route vind je voldoende accommodatie en restaurants.
Let op: sommige delen van de route zijn nog aangepast vanwege de gevolgen van de bosbrand van 2022.
De bosbrand van 2022: wat is de huidige situatie?
Op 24 juli 2022 brak een verwoestende bosbrand uit in het nationaal park, vermoedelijk veroorzaakt door een onbeheerd achtergelaten kampvuur tijdens een periode van extreme droogte en hitte. Het vuur verspreidde zich over honderden hectare en bereikte zelfs de Duitse kant van de grens, in Saksisch Zwitserland. Dorpen werden geëvacueerd, waaronder delen van Hřensko en het complete dorp Mezná, waar meerdere gebouwen verloren gingen. De rook was tot in Praag te ruiken.
De gevolgen zijn nog altijd zichtbaar. Grote stukken voormalig naaldbos bestaan nu uit dode, zwartgeblakerde boomstammen. Het kan schokkend zijn om dit te zien, maar er is ook hoop: op veel plekken schiet jong groen op en het oorspronkelijke monocultuur-naaldbos maakt geleidelijk plaats voor een diverser bos met berken en loofbomen, wat ecologisch gezien zelfs een verbetering is.
Praktisch gezien zijn de belangrijkste bezienswaardigheden zoals de Pravčická brána weer toegankelijk. Het pad vanuit Hřensko is open. Echter, Gabriel’s Trail (het wandelpad van de rotsbrug naar Mezní Louka) en delen van de Edmundkloof waren na de brand langdurig gesloten vanwege instortingsgevaar door verkoolde bomen. Controleer voor je bezoek altijd de actuele situatie op de officiële website van het nationaal park of bij een van de bezoekerscentra.
Praktische tips voor je bezoek
Beste reistijd
De ideale periode om Boheems Zwitserland te bezoeken is het voorjaar (mei-juni) of het najaar (september-oktober). De temperaturen zijn dan aangenaam voor wandelen, de bossen kleuren prachtig en het is aanzienlijk rustiger dan in de zomermaanden juli en augustus, wanneer vooral de route naar de Pravčická brána en de bootjes in de kloof erg druk kunnen worden. In de winter is het park ook toegankelijk, maar zijn sommige paden glad of gesloten en varen er geen boten. De Pravčická brána is dan alleen in het weekend open.
Bezoekerscentra
Het nationaal park heeft vijf bezoekerscentra waar je plattegronden, wandelkaarten en informatie over de actuele situatie van paden kunt krijgen. Het grootste en belangrijkste is dat in Krásná Lípa. De overige vier bevinden zich in Srbská Kamenice, Jetřichovice, Hřensko en Saula. Loop hier altijd even langs voordat je begint met wandelen, zodat je weet welke routes open zijn.
Overnachten
Děčín is de meest praktische uitvalsbasis: een echte stad met een ruim aanbod aan hotels, pensions en restaurants. Het voordeel is dat je vanaf hier met de bus of auto snel bij alle bezienswaardigheden bent. Voor wie dichter bij de natuur wil zitten, zijn er accommodaties in kleinere dorpen als Hřensko, Jetřichovice en Mezní Louka. Hřensko is het meest toeristisch met kleurrijke huisjes die tegen de rotsen zijn gebouwd, maar ook het drukst. Jetřichovice biedt meer rust en een dorpser karakter.
Wat neem je mee?
Stevige wandelschoenen zijn een must, want veel paden zijn rotsachtig, steil en bij nat weer glad. Wandelstokken zijn aan te bevelen, vooral op de langere routes met flinke hoogtemeters. Neem voldoende water en een lunchpakket mee, want op sommige paden is er urenlang geen gelegenheid om iets te kopen. Contant geld in Tsjechische kronen is handig voor parkeerplaatsen en de boottochten, al worden euro’s op sommige plekken ook geaccepteerd. Download vooraf de app Mapy.cz, de beste navigatie-app voor wandelen in Tsjechië die ook offline werkt.
Parkeren
In Hřensko parkeer je het handigst bij Parkoviště U Vodopádu voor 150 CZK per dag. In Mezní Louka is er eveneens een grote parkeerplaats. Bij de Tisá-rotsen parkeer je bij Parkoviště Tiské stěny voor circa 50 tot 100 CZK. Een belangrijk advies: parkeer nooit langs de weg in het park, want er wordt streng gecontroleerd en je riskeert een wielklem. Kom in het hoogseizoen vroeg (voor half tien) om een plek te bemachtigen bij de populaire startpunten.
Kosten
Tsjechië is vergeleken met West-Europa nog altijd zeer betaalbaar. De toegang tot het nationaal park zelf is gratis. Je betaalt alleen voor specifieke attracties zoals de Pravčická brána (95 CZK), de boottochten (circa 300 CZK per tocht) en parkeerplaatsen. Een maaltijd in een lokaal restaurant kost gemiddeld tussen de vijf en tien euro, en een halve liter bier op een terras is er al voor zo’n 2,50 euro.
Saksisch Zwitserland: het Duitse broertje over de grens
Boheems Zwitserland en Saksisch Zwitserland vormen samen één groot natuurgebied, alleen gescheiden door de landsgrens. Het is zeker de moeite waard om een dagje over te steken naar de Duitse kant. De beroemdste bezienswaardigheid daar is de Bastei, een spectaculaire rotsformatie met een brug die een adembenemend uitzicht biedt over de Elbe-vallei en het Elbezandsteengebergte. De Bastei ligt op ongeveer een half uur rijden van Hřensko en is een perfecte aanvulling op je trip. Aan Duitse zijde kun je ook etappes wandelen van de Malerweg, een beroemd meerdaags wandelpad.
Combineren met andere bestemmingen in Tsjechië
Boheems Zwitserland ligt op een strategische plek die zich uitstekend leent voor een rondreis door Tsjechië. De meest voor de hand liggende combinatie is met Praag, dat op twee uur rijden ligt. Maar er zijn meer opties die de moeite waard zijn.
Het Boheems Paradijs (Český ráj), op anderhalf uur rijden naar het oosten, is een UNESCO Global Geopark met vergelijkbare zandsteenformaties plus een aantal van de mooiste kastelen van Tsjechië. Voor wie van wandelen houdt, is het een waardige tegenhanger van Boheems Zwitserland, met als voordeel dat het over het algemeen iets rustiger is.
Iets verder weg maar eveneens schitterend is het Boheemse Woud (Šumava), een uitgestrekt berggebied in het zuidwesten van het land met dichte bossen, kristalheldere meren en pittoreske dorpjes. En het UNESCO-stadje Český Krumlov, met zijn middeleeuwse centrum en imposant kasteel, is een van de mooiste kleine stadjes van heel Europa.
Veelgestelde vragen over Boheems Zwitserland
Is Boheems Zwitserland geschikt voor kinderen?
Ja, mits je de juiste routes kiest. De wandeling naar de Pravčická brána is voor de meeste kinderen vanaf een jaar of zes goed te doen, al is het wel een flinke klim. De boottochten door de kloven zijn een groot succes bij kinderen, en het rotslabyrint van Tisá is voor kids een echt avontuur. Kies ervoor om routes over meerdere dagen te verdelen in plaats van alles op één dag te proppen.
Heb je een gids nodig?
Het park is uitstekend bewegwijzerd met gekleurde markeringen op bomen en borden, dus een gids is niet strikt noodzakelijk. Wel kan een lokale gids enorm veel toevoegen aan je ervaring door verhalen te vertellen over de geologie, de flora en fauna, en de geschiedenis van het gebied. Vanuit Praag worden ook begeleide dagtrips aangeboden.
Kun je in het park klimmen?
Boheems Zwitserland is een populaire bestemming voor rotsklimmers. Door de overvloed aan zandsteenformaties zijn er talloze klimroutes, van beginnersniveau tot zeer uitdagend. Je hebt wel een klimvergunning nodig, die je kunt aanvragen bij het bezoekerscentrum. Beginners kunnen onder begeleiding van een gids op pad. Bij de Tisá-rotsen alleen al zijn meer dan honderd klimroutes uitgezet.
Is wildkamperen toegestaan?
Nee, wildkamperen is in heel Tsjechië verboden, en in het nationaal park wordt hier streng op gehandhaafd. Er zijn wel campings in de omgeving, onder meer bij Děčín. Wie met de tent wil, kan het best een vaste kampeerplaats zoeken en van daaruit dagtochten maken.
Wat is het verschil tussen Boheems Zwitserland en Saksisch Zwitserland?
Het zijn twee delen van hetzelfde geologische gebied, het Elbezandsteengebergte, gescheiden door de Tsjechisch-Duitse grens. Boheems Zwitserland (Tsjechische kant) staat bekend om de Pravčická brána, de Kamenice-kloven en een wilder, minder toeristisch karakter. Saksisch Zwitserland (Duitse kant) is bekender door de Bastei en trekt over het algemeen meer bezoekers. Ideaal is om beide kanten te verkennen tijdens je trip.
